Olietak September 2004


De Olietak April 2002

Rust Rondom

I Het Fundament: Verwerkelijking door het geloof


"Eerst dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld. Want God is mijn Getuige, Die ik dien in mijn Geest, in het Evangelie van Zijn Zoon, hoe ik zonder ophouden aan u gedenk; Allen tijd in mijn gebeden biddende, of mogelijk mij nog te eniger tijd goede gelegenheid gegeven werd, door de wil van God, om tot u te komen. Want ik verlang om u te zien, opdat ik u enige geestelijke gave mocht mededelen, opdat gij versterkt zoudt worden; Dat is om mede vertroost te worden onder u, door het onderlinge geloof zowel het uwe als het mijne.Doch ik wil niet, dat u onbekend is, broeders, dat ik menigmaal voorgenomen heb tot u te komen (en tot nog toe verhinderd ben geweest), opdat ik ook onder u enige vrucht zou hebben, zoals ook onder de andere heidenen. Beiden Grieken en Barbaren, beiden wijzen en onwijzen ben ik een schuldenaar. Alzo hetgeen in mij is, dat is volvaardig, om ook u, die te Rome zijt, het Evangelie te verkondigen. Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een ieder, die gelooft, eerst de Jood, en ook de Griek. Want de rechtvaardigheid Gods wordt erin geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven." (Rom.1:8-17)

Vers 8 :"Eerst dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld." Hebt u er wel eens over nagedacht wat Paulus hier zegt. Dat is een apostolische dimensie die hij hier noemt, die u misschien helemaal niet zo opvalt, omdat u meer gewend bent aan de daaronder staande verzen. Wat verkondigt hij met dit vers acht? Wanneer u dit vers oppervlakkig leest zou men kunnen zeggen: het geloof in de zin van het Evangelie dat van Jezus spreekt wordt overal in de gehele wereld verkondigd, maar dat zegt de apostel hier niet. Net zo min dat hij hier over een algemene geloofsbekentenis spreekt die in de gehele wereld verkondigd wordt, net zo min zegt hij dat ook over de Thessalonicensen: "Want van u is het Woord des Heeren ruchtbaar geworden niet alleen in Macedónië en Acháje, maar ook in alle plaatsen is uw geloof, dat gij op God hebt, uitgegaan, zodat wij niet van node hebben iets daarvan te spreken. Want zijzelf verkondigen van ons, hoedanige ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om de levende en waarachtige God te dienen"(1Thess.1:8,9). In vers 7 zegt hij:"Gij zijt voor al de gelovigen voorbeelden geworden, in Acháje en Macedónië, overal",dus uw geloof is uitgegaan en waar wij ook heengaan vertelt men gelijk van de kracht van het geloof dat u hebt, zegt hij tot de Thessalonicensen. En precies zo zegt hij het ook tot de Romeinen.
Hoort u dat! Daar was pas geleden een man Gods geweest. God had een Apostel tot die mensen gezonden. Zij waren ongelovig zoals de anderen. Deze Apostel had gepredikt en de werking van deze prediking, de werking van het Koninkrijk van God, de werking van de zegen die daarvan uitging was zo geweldig, dat men in de gehele wereld niet alleen van het Evangelie sprak, maar van het geloof dat daar ontstaan was in de gelovigen. Daar had werkelijk verandering plaatsgevonden, dat is het toch wat men zoekt, of niet soms? Dat is toch de oerschreeuw uit ons binnenste: er moet iets veranderen. Wanneer wij iets bewegen als we samen zijn, als de Geest Gods met ons beweegt, dan moet er iets veranderen. Maar mijn vraag aan u is dat u al vanaf dit moment verwacht dat er ook verandering geschiedt, want zonder verwachting gebeurt er helemaal niets in het Koninkrijk van God. En verwacht niet, dat het zomaar op de een of andere manier geschied, trek het naar u toe, dat de dingen die gezegd worden, die beloofd worden in de schrift en in de preek, letterlijk tot uw vlees en bloed worden. Dat u die dingen zo verwacht in die dimensies zoals ze hier aanwezig zijn. Het is dus niet te hoog gegrepen, wanneer deze verkondiging zo’n werking heeft, dat men later in de gehele wereld daarvan spreekt, dat zou eigenlijk normaal moeten zijn. Paulus zegt tot dezelfde Romeinen, ik zou het niet wagen iets te vertellen, buiten dat wat Christus door mij gewerkt heeft. Het is dus niet Paulus die zichzelf bekwaam voelt, hij was ook niet bekwaam van zichzelf, maar hij heeft in zulke dimensies geleefd en gediend, en zij hebben het in zulke dimensies ontvangen en daarmee verder geleefd. Zodat er wereldwijd uitwerkingen en in zekere zin opschudding ontstond door dat wat daar tot stand kwam. Ik geef daarmee eenvoudig aan, wat we kunnen verwachten. We zijn vaak te weinig ambitieus in ons denken. We zien het Evangelie als kleine toegift in ons grauwe dagelijkse leven, dat ons er een beetje doorheen helpt, maar dat heeft niets met het ware Evangelie te maken. U ziet dat daaraan hoe Paulus dat later beheerd. Ik vraag me af: Wanneer u de prediker was, wat zou u dan doen? Ik kan het nu van mijzelf goed beoordelen, hoe ik in die situatie zou handelen. Ik noem nu even een voorbeeld, ik was ergens in Duitsland of zo, heb daar een Gemeente gegrondvest en nu hoor ik van alle kanten, hoe het geloof sterk is geworden in deze broeders en zusters. Ik hoor, Prijs de Heer, zij hebben geloof gekregen, die verzetten letterlijk bergen daarginds, daar gaat het als een lopend vuurtje rond. Wat zou ik nu als prediker doen, wanneer ik twintig of dertig gemeenten onder mijn hoede had? Weet u wat ik zou doen? Ik heb een lijst met ca. twintig verschillende Celgemeenten of Celorganismen. Ik lees deze lijst elke keer weer door. Daarom heeft me dat ook zo overtuigd toen ik dit woord las. Ik ga telkens door de lijst heen en denk, wie is nu aan de beurt. Automatisch ga ik dan naar diegenen, die op de een of andere wijze het meeste hulp nodig hebben. Zo was ik volgens dit principe in een plaats, en heb een korte inzet gedaan om alles weer een beetje aan het lopen te krijgen. Daarna kom ik weer terug en bekijk wie het volgende probleem heeft. Wij oriënteren ons principieel naar de zwakste schakel. Maar hier, merkt u aan Paulus, hoewel hij juist de Apostel was, die de zwakken steeds voorrang gaf, dat hij een nog ruimere horizon had. Lees vers 9 maar, daar zegt hij, nadat hij juist gezegd heeft uw geloof wordt verkondigd in de gehele wereld: "Want God is mijn Getuige, Die ik dien in mijn geest, in het Evangelie van Zijn Zoon, hoe ik zonder ophouden aan u gedenk" En waarom vraagt hij dan in gebed? "Allen tijd in mijn gebeden biddende, of mogelijk mij nog te eniger tijd goede gelegenheid gegeven werd, door de wil van God, om tot u te komen, want ik verlang om u te zien, waarom? opdat ik u enige geestelijke gave mocht mededelen, hoort u dat, opdat gij versterkt zoudt worden, dat betekent, om mede vertroost te worden onder u, door het onderlinge geloof, zowel het uwe als het mijne". Hebt u dat gezien? Hij gaat dus nog verder, hij zegt niet alleen, Prijs de Heer, daar loopt het geweldig, daar wordt in de gehele wereld over gesproken, hij denkt nu al weer verder, hij blijft niet stilstaan, daarmee is hij niet tevreden. Hij zegt, ik wil graag naar u toekomen en geestelijke genade gaven meedelen, opdat ik ook onder u enige vruchten zou hebben zoals bij de andere volken. Hij denkt dus al in dimensies, die men menselijk gezien bijna niet kan begrijpen. Maar u ziet het is hier geschreven, hij schuwt het niet, hoewel er al een opwekking is, te zeggen, ik wil u versterken. Want Paulus weet ook heel goed, dat het grootste geestelijke ontwaken, de grootste geestelijke omwentelingen en gebeurtenissen zeer snel ook weer verdwenen zijn, omdat er geen versterking is. Dus een opwekkingsbegin is nog gauw gedaan, om het zo maar eens samengevat te zeggen, maar een voortzetting van een geestelijke gebeuren, een geestelijke verdieping, dat heeft slag op slag verdiepingsarbeid nodig. Daarom zeg ik gelijk al, wat er ook gebeuren mag, wat God ook in ons naar boven wil brengen, al moge men het later tot aan de einden van de wereld horen, daarmee zijn we niet tevreden, want wij zijn wezenlijk de scholieren van Paulus. Wij kunnen er niet tevreden mee zijn, dat er misschien ergens een vlug groeten daar was, omdat we weten er is verdiepingsarbeid nodig, er is versterking nodig, en dat moet wederzijds verder gaan. Daarom laat ons al van te voren ons hart openen voor een zeer ruime dimensie, en niet te weinig verwachten, ik zeg dat hier van de Heilige Geest, niet van ons.
Aan Ezechiël werd het zo door God bevolen, hij zat midden in een vallei van doodsbeenderen. In Ez.37 leerde God hem in welke dimensies hij moest werken. U kent deze geschiedenis waarschijnlijk wel. In Ez.37:9 wordt Ezechiël opgeroepen te profeteren. Eerst moest hij over de doodsbeenderen profeteren, hij de dienaar die zelf niets vermag. Dan zegt God tot hem, profeteer, spreek tot de doodsbeenderen: Gij zult Leven! Was het nu klaar? Nee, hij moest verder gaan : Er zullen zenuwen op hen gelegd worden, er zal vlees op u komen en er zal een huid over u getrokken worden. En dan stopt de Heilige Geest hem weer en God de Vader zegt tot hem: profeteer nogmaals, echter spreek ditmaal niet tot de doodsbeenderen, spreek nu tot de Geest en zeg: O,Geest (door sommigen vertaald met Adem) kom, van links of van rechts? Nee, O,Geest kom van de vier winden en blaas in deze gedoden. Zo leert God Zijn profeet daar te profeteren. Dit zijn de dimensies in welke Paulus geleefd heeft. Paulus die telkens weer van hoogte, breedte, lengte en diepte sprak, die een dimensie op het oog had, die met een natuurlijk bestaan niets meer van doen had. Spreek tot de gemeente, zeg hen er is een herleving van het organisme van God, dat menselijk niet te bouwen is en dat toch zal worden. Er is geen discussie mogelijk. Nee, hier gaat het verder, hij zegt ik zal profeteren: de Heer zal dat samenvoegen, Hij zal het geheel met zenuwen bekleden, (dus een samenbinden, een samenvoeging vindt plaats, die ook blijft en voortduurt), Hij zal het geheel vlees geven, Hij zal hen een uiterlijke gestalte geven, Hij zal het met huid overtrekken en Hij zal er Zijn zegel over geven, dat het blijvend is. En dan wanneer het bouwwerk af is, dan zegt Hij: Profeteer nu ook nog tot de Adem. En dat is wat wij ook verwachten en zeg in uw harten: O,Geest kom van de vier winden en blaas in deze gedoden. En toen hij dat sprak, kwam de geest in hen en begon ze levend te maken. En wanneer ik hoor vier zijden, dan word ik bijna duizelig. Dat is zo mooi, de vier zijden, die begeleiden mij op de voet de laatste tijd. Een vierhoekig altaar met vier zijden in het voorhof, vier zijden van het gouden altaar achter in het heiligdom, U vindt de vier zijden in het hele heiligdom, en ook daarbuiten wanneer u goed kijkt, overal zijn er telkens vier zijden. Laat ons daarom dat verwachten, niet dat wij daarvan zelf iets zouden kunnen doen, maar omdat God wil dat wij ons naar zulke gebeurtenissen uitstrekken wanneer wij zeggen: O,Geest kom van de vier winden en blaas in deze gedoden. Dan wordt er bedoeld: Kom van het Oosten, (daar was de ingangsdeur van het heiligdom). Kom van het Oosten en kom van het Westen, kom van het Noorden en kom van het Zuiden. Met andere woorden, wij moeten het werken van de Geest hier niet steeds van een zijde verwachten. We zijn in een tijdperk aangeland dat de Heer mensen zoekt die een ruim hart ontwikkelen. Het moet niet zijn: O, Geest werk door het Woord, dan moet alles zo in het Woord zijn, weet u, eenvoudig zo door het Woord bepaald. Heb ik iets tegen het Woord? Helemaal niet! Ik breng het Woord bijna dag en nacht.
Maar er zijn mensen die zijn tevreden, als ze een Woord gehoord hebben. Daarmee alleen is God niet tevreden, het is maar één zijde, het is maar één wind. O,Geest kom van de vier winden. Ik verwacht dat de Geest Gods van het Oosten komt. Als we nu eens het heiligdom nemen, de tent der samenkomst, ziet u dat voor ogen, hoe dat er uitziet? Tabernakel, voorhof, heiligdom, allerheiligste. Zegt u dat iets? In het voorhof het altaar, het wasbekken dan in het heiligdom de kandelaar, het toonbrood op de tafel der toonbroden, daar is ook het gouden reukofferaltaar en dan achteraan is de ark des verbonds in het allerheiligste. O,Geest kom van de vier winden. Kom van het Oosten, daar is de zonsopgang, dat is de genade, werk door de genade, werk op een genadige wijze, op een verlossende wijze, waar u niets verdient hebt, waar u kwijtschelding hebt gekregen, eenvoudig zo, onverdiend, zoals het daar in het voorhof immers was, kom eenvoudig zo naar binnen, schenkend, een nieuw begin makend. Maar het is niet genoeg, dat we zeggen: de hoofdzaak is dat er genade is. Nee er is ook nog een zuidzijde, daar staat de Kandelaar, dat betekent voor mij licht d.m.v. verlichting. De Geest werkt niet alleen begenadigend, Hij werkt ook verlichtend door openbaring. Het bovennatuurlijke licht dat van de kandelaar uitgaat. Levend makend, lerend licht, zodat u lering krijgt, openbaring en verlichting over het Koninkrijk Gods, over hoe alles samenhangt, dat u opgebouwd wordt door het licht van de Geest. Maar daarmee is het nog niet genoeg. Kom ook van het Noorden. Het Noorden is altijd het beeld van het gericht. De Geest werkt niet alleen in begenadiging of in verlichting, Hij werkt vaak ook in de tucht, Hij werkt ook met hardheid en in scherpte als het moet. Het moet niet altijd maar volgens genade en genade en genade gaan, maar genade en waarheid. En ook zacht zoals een moeder haar kinderen verzorgt, maar moet ik ook met de roede tot u komen? zegt Paulus. Wij zullen beleven dat de enen getroost worden, de enen worden gebalsemd en de anderen krijgen tegelijkertijd de roede op hun achterste. De enen krijgen eenvoudig genade, die spreekt men eenvoudig de zegen toe, die wordt het eenvoudig geschonken en de anderen worden door elkaar gerukt en geschud. De Geest werkt in alle dimensies. Het is nog niet genoeg wanneer er begenadiging is, niet genoeg wanneer er verlichting is, niet genoeg wanneer er tucht en door elkaar schudden en opvoedend gerichtswerken van de Geest is vanuit het Noorden. Kom ook nog van het Westen. Nu ook nog Vermogen. Nu moet u ook nog toegerust zijn, niet genoeg van het vele geschenken krijgen door de genade, niet genoeg van het vele verlicht zijn, niet genoeg met getuchtigd worden. Wanneer u van het westen uit kijkt, dan kijkt u direct op de ark des verbonds, daar gaat Gods Macht vanuit, daar gaat Gods Kracht vanuit, daar is bekwaamheid, daar is uitrusting, daar zijn begaafdheden, daar is geestelijke vernieuwing zonder einde, begrijpen we dat? En zo verwachten we het. Dat zijn de dimensies waarmee Paulus gewerkt heeft, dat zijn de dimensies waarin wij naar binnen moeten worden getrokken, waarin wij gerekruteerd moeten worden. Want de belofte is daar: De Zoon zal voleindigd worden, de Gemeente komt in een tijdperk van voleinding, waarin men naar hoogte, breedte, lengte en diepte in mondigheid in Christus moet ingaan. Dat wij hier ruim worden naar alle vier zijden. Niet het extreme overhellen naar links of naar rechts, naar boven of naar beneden. Wanneer alles samenkomt, wanneer gericht en genade één geworden zijn, dan is het uur van God gekomen. Wanneer licht en gericht met elkaar communiceren, wanneer bekwaamheidsmacht en buiging hand in hand gaan, wanneer deze tegenover elkaar staande dingen, deze tegenpolen elkaar aanvullen, of zoals het in de Openbaring heet, wanneer de stad voortgaand vanuit de schaduw opnieuw ontwikkeld is, waar er gezegd wordt: hun lengte, hun breedte en hun hoogte waren gelijk. Niet meer deze eenzijdigheden. Bijvoorbeeld grote gaven, maar dan zonder gericht, of grote genade waarvoor weer een andere zijde ontbreekt.
En dat zie ik zo in Rom.1:16,17. Nadat Paulus gezegd heeft, ik ben allen een schuldenaar(vs.14), ziet u hoe ruim hij denkt, Grieken en Barbaren,wijzen en onwijzen, hij ziet zich dus t.o.v. allen schuldig. Ik zou willen zeggen naar alle vier zijden zijn wij schuldig dat de Geest Gods het werk kan doen. Hij zegt dan echter in vers 16,17:"Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een ieder, die gelooft, eerst de Jood, en ook de Griek. Want de rechtvaardigheid Gods wordt erin geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven".Vers 16 is voor mij als ’t ware de grondslag waar ik vanuit wil gaan. Ik wil graag dat we nu begrijpen welk hoofd - werkmateriaal de Heilige Geest ons nu in de hand wil geven. Er volgt nu iets zeer belangrijks. "Ik schaam mij het Evangelie niet" zegt Paulus in vs.16:"want het is een kracht Gods tot zaligheid een ieder, die gelooft", wanneer u dat oppervlakkig leest, krijgt men op de een of andere wijze zo’n mystieke indruk. Ik zal u zeggen met welke oren ik het gehoord heb in vroegere jaren, gedurende de tijd dat ik deze tekst noch begreep, noch ergens plaatsen kon. Ik stelde me dat ongeveer zo voor dat Paulus hier zegt :"Ik schaam mij het Evangelie niet, want het is een kracht Gods", en dacht wanneer ik Evangelie hoorde , zag ik zo in zekere zin het Johannes-Evangelie of de ene of andere verkondiging in zichzelf of eenvoudig letters, of eenvoudig de een of andere getuigenis, een boodschap of zo, die dan een geheimzinnige werking hadden. Het geheim van het Evangelie is een kracht van God. Oei, Abracadabra? Op de een of andere wijze werkt het. Ik ken zulke broeders, die zeggen: Het Woord, Het Woord heeft kracht, want Paulus zegt in het woord is de kracht, niet soms? En dan nemen ze er genoegen mee als ze het Woord horen. Ik ken bewegingen die zeggen: Wanneer u er ook niets van begrijpt, het Woord heeft toch een werking! Gedeeltelijk kan dat ook wel kloppen, maar het heeft feitelijk niets met de geestelijke werkelijkheden te maken, tenminste niet van die waarvan Paulus hier getuigt. Begrijpt u, wat hij hier eigenlijk zegt? Het Abracadabra kunt u gelijk weer vergeten, dat is niet zijn doel, dat eenvoudig iets op geheimzinnige wijze aan u werkt. U zit onder de preek, u krijgt eigenlijk niets daarvan mee, u begrijpt er niets van, maar wees getroost, het is Gods kracht, het zal u veranderen. Helemaal niks zal het veranderen, begrijpt u? Daarvoor hebt u geen preek nodig die u niet begrijpt opdat u veranderd wordt. Dan doet Hij het door de Oostenwind daar. Dat bestaat ook in het Koninkrijk van God, dat er dingen gebeuren aan u, zonder dat u er wat van begrijpt. Het werkt dan eenvoudig aan u. U raakt het een of ander aan en bent later geheel veranderd. Dat bestaat ook, maar daarvoor hebt u geen dode preek nodig, die zich dan met schijnbare kracht verontschuldigt of camoufleert. Dus wat zegt Paulus hier: Ik schaam mij het Evangelie niet, want, ik zeg het nu even een beetje omschrijvend. Het Evangelie verkondigt u, belooft u, Het Evangelie bestaat uit niets anders als Vermogen van God. Dat wat God u gezegd heeft is : Mijn Vermogen is uw Vermogen. Ik vermag alles door Die, Die mij sterk maakt. Begrijpt u wat daarmee is gezegd? Het Evangelie verkondigd u Vermogen in elke situatie, dat zegt hij. Kracht, Gods Kracht, Kracht uit God voor u, waar u die dan ook maar nodig hebt, waar hij u ook naar toe leidt. Hij zegt Blijde Boodschap, Ik zet u weliswaar in de woestijn, maar daar is Mijn vermogen, Ik geef u te eten. Ik zet u weliswaar in een gat, waar geen water meer is, maar vermogen. Dat is het Evangelie, er is nu vermogen aanwezig, u kunt nu aftappen van Mij, Ik ben hier. Het Evangelie, de blijde Boodschap betekent VERMOGEN in elke situatie, daarom schaam ik mij het Evangelie niet, want het is vermogen van God tot zaligheid, altijd in de richting van de zaligheid, niet tot uw verderf, altijd dat u gered, behoedt en bewaard blijft, voleindigd wordt. Het is in elke situatie kracht uit God voor iedere gelovende tot zaligheid, eerst de Jood en ook de Griek. Iedere gelovende, daar staat het Griekse woord Pante, dat betekent: Voor iedere gelovende is het van elke zijde afgedekt. In alles en in iedereen werkt de Kracht van God, dat is het vermogen van God, wat u ter beschikking staat, er is niets wat uitgesloten kan worden. Dat is bij Pante, het totaal naar alle zijden toe, overal, in elke relatie, Vermogen uit God, voor alles, voor een ieder DIE GELOOFT. U merkt wel dat we hier een kleine voorwaarde hebben. Het werkt eenvoudig niet zo mystiek, alhoewel veel ook zo werkt, er gebeuren veel dingen aan mensen die helemaal niet geloofd hebben. Opdat zij geloven geeft God hun vaak een klein voorproefje. Een voorlopende genade. Anderen maken er als ’t ware een theologie van, ze zeggen: dat heb ik eenvoudig zo gekregen, ik heb helemaal niets hoeven te doen, vorm mij verder zo Heer, zo bevalt het mij. Het was één keer zo, nu moet het telkens zo zijn. Zo wordt het hier niet bedoeld. De blijde Boodschap betekent vermogen voor alle gelovenden in elke situatie, in elk opzicht, waar u het ook nodig hebt. "Want Gods gerechtigheid wordt daarin geopenbaard" zegt hij "uit geloof tot geloof". En daar staat eis in het Grieks, dat betekent dus uit geloof, tot binnen in geloof. Ik zeg het nogmaals met eigen woorden waar hij hier naar toe wil. Hier hebben we de sleutel waar het om gaat, waarmee wij werken. Hij zegt:" Gods gerechtigheid wordt daarin geopenbaard, uit geloof tot binnen in geloof, met mijn woorden: van het ene geloof naar het andere geloof. Van geloof naar geloof, naar geloof. Dan bent u een gelovende, dat zegt hij daarmee. En wanneer u niet leert geloof te nemen, wanneer u er een bent, die in een zelfbedieningswinkel is, die al wat mogelijk is uitzoekt, wat hem helemaal niet toekomt, dan hebt u pech. Wanneer u er een bent die alles zoals een kind in de mond moet of wil laten stoppen hebt u ook pech gehad in het Koninkrijk van God. Maar als u iemand bent die zich van situatie tot situatie waarin God u binnenleidt, steeds uit het geloof vermogen van God aftapt, steeds uit God neemt, dan bent u waarlijk gezegend. Dus de rechtvaardige zal door geloof of uit het geloof leven, dus wanneer u zich niet inspant om te geloven, te nemen, te ontvangen, en gelovend te zijn, dan hebt u onder de gelovenden een verkeerde plaats, dan bent u een ongelovige. Als u dit leest en merkt, oei, ik kan hier helemaal niet zo in meegaan. Dan moet ik u bekend maken, u bent nog niet gelovend, misschien bent nog niet eens gelovig en dan verzoek ik u om alstublieft in de zielzorg te komen, beslist, wanneer u dit leest en deze principes niet begrijpt, dan is er een extra behandeling nodig. Dan wordt u alleen nog op de een of andere wijze overstelpt van dingen die u helemaal niet meer begrijpt en dan komt u onder een wettische druk. Ons wordt vaak verweten wettisch te zijn. En dat komt door het eenvoudige feit, omdat wij geloof oefenen in de praktijk. Geloof heeft altijd een vat nodig. Geloof heeft altijd een afnemer nodig. Geloof moet zich altijd met iets concreets bezighouden, wij geloven niet mystiek: eens zullen we een keer in de hemel komen. Dat geloven wij ook dat wij eens daarboven aankomen. Maar van het geloof naar het geloof kunt u alleen gaan, wanneer het ene vat na het andere aanwezig is, dat u gecombineerd met het geloof vervullen kunt. Geloof heeft altijd een vat, een tegenoverstelling nodig waarin u uw geloof verwerkelijkt.
In Heb.11:1,2 wordt een definitie gegeven van wat geloof nu eigenlijk is, hoe u die in de praktijk kunt uitoefenen, wat dat eigenlijk inhoudt, hoe dat er fysiek aan toe gaat in uw innerlijk. Wat u doet of wat u niet doet. Heb.11:1,2 :"Het geloof nu is een vaste grond (verwerkelijking) der dingen, die men hoopt (verwacht)". Hoopt of verwacht kan allebei, belangrijk is het echter dat het geloof verwerkelijkt wat u hoopt of verwacht. Nog verder gedefinieerd staat er:"en een bewijs (een overtuigd zijn van) der zaken, die men niet ziet. Want daardoor hebben de ouden getuigenis bekomen." Vers twee bevalt mij beter volgens vertaling van Slachter. Die zegt daar: "Door zodanig geloof hebben de ouden een goed getuigenis ontvangen." Door zodanig geloof, niet door een ander geloof. Er zijn veel verschillende wijzen hoe men probeert, geloven in de praktijk te brengen. De bijbelse wijze van geloven is enig in zijn soort en door die wijze van geloven hebben de ouden een goed getuigenis ontvangen. Hoe functioneert dit geloof? Wat speelt er concreet in uw hart, in uw hoofd, in uw innerlijk en in uw geest af. "Het geloof nu is een VERWERKELIJKING van de dingen, die men hoopt of verwacht." Ik zeg nu klip en klaar wat God van u verwacht, op welke wijze u iets ontvangt of niet ontvangt. Ik weet niet hoeveel preken over het geloof u al gehoord hebt, of u daardoor geslagen bent, of u daarbij al uw wonden moest likken, met welke ellendige uitvindingen en samenhangen u hier al geconfronteerd werd, wanneer u met geloof te doen hebt. Ik zeg u van te voren, neem dit maar van me aan, het komt heel anders als wat u misschien tot nu toe in verband met geloof gehoord hebt. U kent mij misschien al een beetje. Ik heb hier vier zijden van het altaar of vier zijden van het heiligdom. Ik zou dus geloven, wanneer ik dat definiëren moest, anders gebruiken, in een ander vat gieten, als wat u misschien tot nu toe gehoord hebt of wat u gewend was. Wij willen met dit geloof op God wat hij hier definieert in een andere richting werken, maar precies met die soort van geloof waar we mee werken. Dus, wat gebeurt er? Hij zegt :"Het geloof nu is een VERWERKELIJKING van de dingen, die men verwacht." Noem mij de een of andere verwachting die u hebt dan zeg ik u hoe het geloof functioneert. Men zou kunnen zeggen dat Gezond te worden, misschien de klassieker is, wanneer men geloof toepast We laten het bij dit ene voorbeeld, want dan kan men misschien het beste begrijpen, omdat het ook de meeste toepassing heeft in de huidige Christenheid. We discussiëren nu alleen over hoe het geloof functioneert, alles wat daarmee samenhangt laten we even onaangetast. "Het geloof nu is een verwerkelijking van de dingen, die men verwacht." Wat men hoopt zeg ik eerst even, ik hoop gezond te worden, wordt ik gezond? Ja, misschien wel! Vaak wordt men ook met hoop gezond. Maar we spreken niet over hoop, we spreken over geloof. "Het geloof nu is een verwerkelijking van de dingen, die men verwacht." Waarom verwacht ik eigenlijk? Is er een grondslag van verwachting? Welke grondslag? Gods grootheid. Ja, en welke nog meer? De beloften. Natuurlijk, dus u kunt alleen wat verwachten, wat u ook toegezegd is, is het niet zo? Wanneer uw grootmoeder u niet zegt ik kom op die en die tijd aan op het station, dan hoeft u haar ook niet te verwachten! Maar wanneer ze gezegd heeft, ik kom, dan hebt u een reden om haar te verwachten. Nu, heeft God ooit iets over genezing gezegd in de Bijbel ? Heeft Hij dat gezegd op één plaats? Meer, twee? Ja, heel veel plaatsen. Elke waarheid is gebouwd op twee of drie getuigen. God heeft dus toegezegd :" De gelovenden is alles mogelijk", "Wanneer er iemand krank is onder u? Dat hij tot zich roept de oudsten van de gemeente , en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren, En het gebed des geloofs zal de zieke behouden". We kunnen nu hele lijsten van toezeggingen optellen, waarin God iets zegt "In Mijn wonden bent u genezen, God heeft dus met genezing iets te doen. "Het geloof nu is een verwerkelijking van die dingen, die men verwacht" Nu laat ik u zien wat geloof is, en het is niets anders. Elk ander geloof, wat op een andere wijze in de praktijk wordt gebracht, is geen bijbels geloof. We moeten dat helemaal los zien van het totaalconcept, zoals het alles nog problematisch met elkaar samenhangt.
"Vader, U ziet ik ben krank. U hebt gezegd, in Uw wonden ben ik genezen. U hebt gezegd dat ik mag bidden voor mijn genezing. Ik bid U nu voor mijn genezing. Ik dank U dat ik genezen ben." ...Is er meer nodig? "Het geloof nu is een verwerkelijking van die dingen, die men verwacht" Vanaf dit moment begin ik mij in de werkelijkheid te verplaatsen, zoals het is, genezen. Hier krijgen de mensen problemen. Wanneer u geen verwerkelijker bent, wanneer u zich niet daarin geeft, u daaronder buigt en u daarin stelt in dat wat u toegezegd is, dan zal voor u alles onmogelijk zijn. Precies zoals Hij gezegd heeft :De gelovenden zijn alle dingen mogelijk" Of u ontvangt het zo, of u ontvangt nooit iets! En dan komen echter de menselijke argumenten: Ja, het is een beetje eenvoudig, niet waar, het is eenvoudig te zeggen: het is gebeurd. Het is volgens de ene een beetje goedkoop, want ik zie nog niks. Juist, wanneer uw geloof niet overeenkomt met de juiste maat, die in dit vat past, dan bent u hier met een oefening in volharding begonnen. Eergisteren kon ik weer geloof gieten in dit vat. Dat beleef ik ook niet elke dag, daarvoor moet u toegerust zijn om het dadelijk te verwerkelijken. Naar de mate dat u geleerd hebt te verwerkelijken, u in de werkelijkheid te stellen, des te sneller komt het. Eergisteren kwam ik van een inzet naar huis, staat een van mijn jongens huilend voor mij. En ik vraag: wat is er met jou. Hij zegt: ik heb zo’n hoofdpijn. Ik heb hem over zijn hoofd geaaid en voelde dat hij heet was. Ik heb toen gelijk bespeurd dat het geloof van Jezus aanwezig was, dat is niet altijd zo! Ik heb hem op de knieën genomen en gezegd:" zo nu bidden we, en dan zie je hoe je gelijk genezen wordt" en ik heb hem de handen opgelegd. "Nu ben je genezen, dat is toch mooi, niet?" En hij huilt en lacht, en huilt en lacht en gaat huilend en lachend de trap af, hoe is dat nu mogelijk? Maar hij was genezen! Tsak !! in één moment, in één seconde. Ziet u ? Maar ik heb niets anders gedaan als dat verwerkelijkt. U moet u daarin stellen wat God gezegd heeft. Niet daarin, eh..eh..klemmen, zo niet. Heel ontspannen. Laat de werkelijkheid, werkelijkheid zijn. Wanneer Hij gezegd heeft: "het geloof is de verwerkelijking van die dingen, die men verwacht" dan is dat ook zo.En wanneer u zich alleen nog daarin bevindt, zoals Hij gezegd heeft:"Geloof alleen" met de klemtoon op alleen, niet op geloof!! Alhoewel beiden daarbij horen. Wanneer u zo ver bent dat u zegt: ik geloof alleen, dat is de werkelijkheid, en al het andere is het niet. Dan vervult het geloof zijn doel. Geloof betekent dan ook fundament, materie,( in de Statenvertaling: vaste grond), wanneer u het onderzoekt. Het geloof of beter gezegd verwerkelijking is een materie, die God gegeven heeft om het geheel zichtbaar te laten worden. God moest het geheel immers ook ergens vandaan nemen. Maar er wordt gezegd:"uit het onzichtbare heeft Hij het zichtbare gemaakt" Hij heeft gezegd:"Er zij licht!" en daardoor werd het licht! Dus al het zichtbare is uit het onzichtbare gekomen, niet omgekeerd. Het onzichtbare is niet een product van het zichtbare. Het onzichtbare is niet een uitvinding van het zichtbare. Het onzichtbare is de geboorteplaats, is de werkplaats waaruit al het zichtbare komt. En het functioneert door verwerkelijking. En omdat u in dat opzicht door God zo geschapen werd dat u geschikt bent om te geloven, als Gods kind, als Gods natuur, wij zijn van Zijn geslacht zegt Paulus, hebt u eigenlijk aanleg om te scheppen, ziet u dat? En hier merkt u misschien, wanneer ik van zulke dingen spreek, krijgen enigen misschien buikpijn of tandpijn, of wat dan ook, misschien is het een beetje bedenkelijk, want daarmee wordt tegenwoordig geweldig geëtaleerd, daarmee wordt tegenwoordig gewerkt en dat wordt in alle mogelijke vaten gegoten. De ene in een Rolce Roys, de ander wil veel geld, die wil gezondheid of nog een ander wil op de een of andere wijze goddelijke welvaart, kort samengevat: vlees, vlees, vlees. Dat het me enigszins goed gaat hier beneden, niet waar? En dan gebruikt men deze wegen van God, deze heiligheden, deze heilige, heiligste gaven die God ons gegeven heeft, deze heiligste begaafdheid, aanleg gebruikt men, om zoals de verloren zoon het vermogen van de Vader over de balk te gooien en bij de zwijnen terecht te komen. En daarom moeten wij onszelf behoeden, deze heilige dingen eenvoudig zo uit te delen zoals men dat zelf wil. En daarom heb ik gezegd, wie mij kent weet dat al een beetje: wij leren dit geloof, dat ook in veel plaatsen van deze wereld geleerd wordt, maar met een andere inhoud, in een andere volgorde, met een andere wording, dan hebt u veel minder ruimte. U moet weten, waar wordt deze geloofsdimensie geoefend, waar vloeit zij naar toe, wat is de opdracht, wat is de lastgeving, waar begint het. Daarom heb ik gezegd, wanneer ik daar begin, wanneer ik zeg, ik wil genezen worden, want ik heb een ongeneeslijke kanker, dan hebt u tijd nodig. Dezelfde jongen waarvan ik hiervoor al gesproken heb, had in het verleden eens een zwaardere ziekte, hij had een liesbreuk, dat was verschrikkelijk om aan te zien, hoe de darm daar uitstak, in zekere zin bijna door de huid heen, het was een waar blok in zijn lichaam. Dan leert u wel wat het betekent, geloof in een vat te schudden, dat nog helemaal niet geheel met zijn halsopening overeenkomt. Daar hebben wij wekenlang naast al het werk gestreden om het leven van dit kind, dat het op de een of andere wijze zou worden, we hadden alleen die ene zekerheid, dat wij in dit geval, heel specifiek, het geloof hadden van God op Hem te wachten en niet artsen op te zoeken, dan moet men ook weten wat is de juiste zet. In dit geval was het een juiste zet om geheel in God te rusten, maar het was een heel geweldige tijd. Na lang wachten en zweten en angsten was het in een ogenblik tsak en alles was klaar tot vandaag toe. Het is al jaren voorbij. We hebben toen om ons leven gestreden. Iemand heeft toen gezegd: zo broeders en zusters, jullie kunnen nu wel ophouden, het is volbracht. En ik lag toen nog in bed, ik was dood op, mijn hoofd liep om, vijf minuten daarvoor had ik de jongen nog gezien in zijn ellende en kon ik alleen nog maar huilen, ik was totaal uitgeput en geslagen. Een broeder van ons ging nog zijn kamer in en heeft hem nog bezocht, vijf minuten later : Tsak, klaar!! Tot vandaag toe. Dat is mooi, toch? Maar totdat het eindelijk zover was, totdat het eindelijk bereid was om te worden opgehaald. Hoe verder weg men het geloof zet, des te langer duurt de weg naar de aankomst. Heel simpel. Wanneer u het op een verre reis doet bent u langer onderweg. En daarom moet u leren, waar knoopt de verwerkelijking aan, dat u ook van goed gevolg tot goed gevolg kunt gaan. En niet alleen jarenlang 17 projecten hebt die u in het geloof op de een of andere wijze probeert vast te houden en dan doet de Heilige Geest niet mee,omdat het helemaal de juiste tijd niet is. Zo zijn er ook verschillende vaten, die in verschillende situaties, in verschillende constellaties bereid zijn tot dienen. Er zijn vaten, die hebben nu eenmaal een groter geloof dan anderen. In Rom.12:3,6-8 daar ziet u hoe Paulus het gebruikt en geleerd heeft. Eerst spreekt hij daarover dat wij de volkomen, welbehagelijke wil van God verwerven zouden, dat betekent eenvoudig te zien wat er concreet aan de beurt is, wanneer moet wat gebeuren?, wat hoort op welke plaats? Er zijn heel duidelijke aanwijzingen in het Koninkrijk.En dan zegt hij vs.3 :"Want door de genade, die mij gegeven is, zeg ik een ieder, die onder u is, dat hij niet wijs zij boven hetgeen men behoort wijs te zijn; maar dat hij wijs zij tot matigheid, zoals God een ieder de mate des geloofs(verwerkelijking) gedeeld heeft" , hebben we dat goed begrepen? Ja? Dan nog vs.6-8 :"Hebbende nu verscheiden gaven, naar de genade, die ons gegeven is, Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate des geloofs; hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren; Hetzij die vermaant, in het vermanen;". Hoort u dat, hij zegt: alles wat u doet moet analoog (zo staat het er letterlijk in het Grieks) aan uw geloof zijn, het maakt niet uit of u een preek houdt: dat wij samen roepen Zon sta stil in het dal Ajálon, zoals Jozua dat gedaan heeft, dan zijn wij later bankroet, niet waar? De verkondiging moet analoog zijn met ons geloof. Wanneer u een preek houdt, wanneer u profeteert, het moet analoog zijn met het geloof. Ik heb met mensen te maken, die zijn absoluut nergens in het geestelijke leven en dan profeteren zij:"zo spreekt de Heer, Ik zal Potar Tertiko Patei, en dan wordt daar het een of ander uitgedeeld, ver boven de maat. Zo heeft ook Mozes het gewaagd te spreken, niet analoog met het geloof. Ziet u dat ? Het is een reusachtig probleem. Alles moet analoog met ons geloof zijn. We hebben het vat nodig wat daarbij past, waar u verwerkelijking kunt leren, waar u verwerkelijking kunt gebruiken, waar de Geest meedoet, waar Hij niet tegen u werkt, waar Hij met u is en dat is onze opdracht. Dat u leert geloven, dat is het begin en het einde, dat is uw eerste en laatste gereedschap waarmee u door het Koninkrijk komt, dat u het vaste geloof hebt, het geloof dat u niet meer afvragen moet: is het nu Gods wil of is het niet Gods wil? Waar u heel gelaten, dat nemen en verwerkelijken kan, wat werkelijk aan de beurt is. Daartoe moge God het in deze dagen met elkaar, leiden en richting geven, dat we dat samen leren. Dat u niet van de ene bankroet naar de volgende bankroet gaat, maar van het ene goede gevolg naar de volgende. Zodat u merkt, dat u een verwerkelijker bent, dat u een gelovende bent. Dan bent u er een, die de dingen die niet zichtbaar zijn, die nog niet zijn, leert te nemen, dat u leert u daarin te stellen,te zetten in de werkelijkheid en daarbij beleefd hoe het wordt. Hier in Walzenhausen hebben we duizenden kostbare herinneringen beleefd. Ik wil u moed inspreken, aan zodanig geloof vast te houden dat de Vaderen hadden, want die hebben niet gezien toen zij geloofden. Geloven kunt u alleen wanneer het nog niet zichtbaar geworden is. Maar u zult hebben, u zult volkomen hebben, u zult alles hebben, u zult in het bezit van de dingen komen, die u later zo reëel als bezitter beleefd, zoals men immers als bezitter iets beleefd, ook wanneer u het nog niet ziet. Ik geef nu mijn misschien waardevolste of door mij duurst betaalde ervaringsgoed nog een keer door. Ik heb het nergens mooier en duidelijker beleefd, dan bij de grondlegging van ons werk. Toen God niets anders tot ons sprak als: laat alles achter, alle aardse zekerheden, alle financieringsdiensten, alles en zeg geen mens daar iets van. Dat was Goddelijke hoorschool, zo is onze dienst begonnen hier. Nadat we het huis met behulp van staatsmiddelen gekocht hadden met hoge rente en er haast geen donateurs achter ons stonden, omdat er een geweldige lastercampagne tegen ons liep. In die situatie zegt God, nu is het tijd, Ik wil dat dit geloofsvat gevuld wordt, Ik ben uw verzorger en zeg geen mens daarvan. Vandaag kan ik daarvan vertellen, omdat de beproeving doorstaan is. We hebben jaren en jaren, niet alleen maar één dag , niet alleen maar één maand, of twee, drie maanden,totaal van moment tot moment uit Gods hand geleefd. En van de aanvangen, die het ergste en het hoogste waren daarvan wist geen enkel mens. Allen dachten, die leven verzadigd van de staatskas, maar het was niet zo. Na mijn afscheid van mijn beroepsleven, dacht men, die heeft een goed conto, die heeft ze goed verdient. Dan ben je buiten, iedereen denkt hij is voor jaren verzekerd, maar je bent voor alles op Hem aangewezen. Omdat God gezegd heeft in de aanvang, alles weg, doe het naar de armen, volg Mij na. U bent vanaf het eerste uur op Hem aangewezen, ziet u? Maar dan sta je daar in het bos, dan lig je in het bos, dan hang je in het bos in alle takken en dan zoek je een graf voor jezelf. Ik zeg gelijk maar hoe het is. Ik heb naar een graf verlangd de eerste jaren, er ging niet een dag voorbij, waarop ik niet verschrikkelijk gehuild heb. Natuurlijk alleen voor Gods aangezicht, wanneer ik voor de broeders en zusters stond was ik sterk in de Heer. Dan moet men sterk zijn, wanneer u daar zo binnen komt en hangt, dan hangt iedereen. Dus ben je voor het aangezicht sterk, maar in het geheim zeer zwak. Ik kon het ook mijn broeders en zusters niet zeggen wat ik doorstaan moest. Maar het was een heel eenvoudige, simpele les: God had gezegd: verwerkelijk, verwerkelijk, ik had Zijn toezegging, Hij heeft me dat gezegd, dat wist ik. En ook u zult dat weten wanneer de Geest tot u spreekt. Zo moest het lopen, iedereen had het gemeenschappelijke getuigenis, maar de praktijk hebt u min of meer alleen uit te zitten en te verteren. En dan sta je daar, je ziet de rekeningen, je ziet hoe alles zich in het tegendeel ontwikkelt. Er komt aan de ene kant helemaal geen geld meer binnen en aan de andere kant stapelen de rekeningen zich op. En daar ben jij met jouw God. Verwerkelijking betekent u daarin te plaatsen. Hij heeft gezegd: Ik ben uw verzorger, ik zal u niet verlaten, noch begeven. Hebt u zich wel eens in zoiets naar binnen verwerkelijkt. Ziet u, wanneer is zo’n groot vat aan de beurt?, want voor mij was het de juiste tijd, ik had dat al zes jaar lang in het kleine bestek, voor mij persoonlijk geleerd. En toen was alleen het volgende vat aan de beurt, maar tot dat gevuld was!! Dan hang je daar, het is uiterlijk niet te zien, je wordt bijna gek en God wacht eenvoudig. Hij laat u uw vertwijfelingen toe, Hij laat u uw zelfmoordgedachten toe, Hij laat u uw vluchtgedachten toe, Hij laat alles toe, Hij laat zelfs toe, wanneer u zich met een kogel ombrengt. Dat moet ik heel eerlijk zeggen. Dat ziet u bij Israël, die hebben zichzelf eigenlijk vermoord in de woestijn, Hij laat het toe. En zo moet u weten, hoe zeer God er op staat, dat u dat geloof hebt ,door welke de ouden een goed getuigenis verkregen hadden. Dus er is niets anders dan wanneer u op de grond diep beneden gebroken daar ligt, niet ophouden, er is alleen één vluchtweg voor u, of u verwerkelijkt het zoals het is, of u bent een dode man. U laat het nu eindelijk waar zijn dat God gezegd heeft: Ik zal u niet verlaten, noch begeven, u stelt u in deze waarheid, dat het zo is en komt tot rust of juist niet. Ziet u verwerkelijking betekent niet dat u iets te voorschijn moet toveren, dat u in zekere zin een werkelijkheid te voorschijn moet toveren. Het betekent alleen dat u dat eindelijk staan laat dat God u gezegd heeft, dat het werkelijkheid is. Begrijpen we dat? Hij heeft gezegd: Ik ben trouw. Die moet u niet doen, u moet niet Zijn trouw verwerkelijken door magie. U moet zich daaronder buigen en daarom gaat het vaak zo naar beneden als het om verwerkelijking gaat, totdat u eindelijk ook accepteert, dat het zo is zoals God het gezegd heeft. En ik heb altijd voortdurend in al die jaren op het allerlaagste punt, wanneer ik echt dacht: Nu sterf je, dan ben ik gestorven. Super, he! Ik ben gestorven. Het was ook de laatste weerstandskracht, die steeds zegt, het klopt toch helemaal niet, God laat me hangen. Gebroken, ik kon niet meer. En dan zodra u gestorven bent, ook thans in deze geestelijke einden, zodra u aan het einde bent, plotseling opent zich de nieuwe dimensie. Het is precies zo als wanneer u lichamelijk sterft. Zie daar op het diepste punt, gebroken als een doorgekrakte man. Het is toch zo, God is toch trouw, wat zit je je hier aan te stellen. God is trouw, wat had ik toch de hele tijd. Dan bent u als overgezet, als in een andere werkelijkheid, maar het is die werkelijkheid, waarvan God al steeds gezegd heeft: het is zo. En vanaf dat moment dat u zich eindelijk bekeerd, en hup overgaat in die werkelijkheid waarvan God getuigt heeft en begint daarin te ademen, en begint u daarin op te houden is het mooier dan wanneer u het op de hand hebt. Ik wist steeds van de eerste seconde af: Het geld komt.Verklaar me dat eens!! Ik hoef het niet te verklaren, het is eenvoudig zo. Zoals bij de bekering, toen ik wist, God geeft het, God leeft. Verklaar het eens? Ik kan het niet verklaren, het is eenvoudig zo. Het zijn feiten voor mij, ik beleef het, ik ben erin, ik ben als een vis in het water.Ziet u? Dan kunt u vanaf het diepste punt van de bodem, waar u ligt in het bos, daar of waar dan ook, staat u op, schud u uw kleren af. Ik zie het mijzelf nog doen, ik schud mijn kleren af en zeg: Halleluja, Het is volbracht en zing een lied. En dan leeft men in het volle bewustzijn: het is geloof. U hebt, het is er eenvoudig, ik kan het niet verklaren. Het is me nu om het even of ik het geld nu zie, want ik weet ik heb het. Ziet u, toen werd het van geloof naar geloof. Van het ene geloof naar het andere. Van uw valse zinloze inspanningen tot de buiging in de werkelijkheid naar binnen. Dat betekent u hebt zich voor de werkelijkheid gebogen. Dat betekent verwerkelijking. En zo geloof het, dat wanneer God het een of ander van u vordert, dan is het verwerkelijkt, maar alleen indien u zich buigt in deze werkelijkheid, u in deze werkelijkheid laat zetten, u in deze werkelijkheid vallen laat, u daarin begeeft, u zich daarin verootmoedigen laat of u zich daarin verbreken laat. Alleen wanneer u zich in deze waarheid of in dit bereik van de waarheid ophoudt, zal het zo zijn. Vanaf dat moment, bent u als een zwangere vrouw, die alleen nog wacht op het uur van de geboorte, van het zichtbaar worden. Zo reëel is het geloof dat de Bijbel voortbrengt. Zo hebben het de ouden beleefd. Door zodanig geloof hebben de ouden een goed getuigenis gekregen. Zij moesten altijd eerst in de werkelijkheid ingaan, zoals zij er al was en dat is het kanaal door welke de werkelijkheid zich zichtbaar maakt. Ik kan over de laatste achttien jaar niet één ogenblik zeggen, dat God op de een of andere wijze te laat gekomen zou zijn. Ik kan u van ogenblikken zeggen, dat het een uur daarvoor gebeurde, voordat het gebeuren moest en andere dingen, vaak tot op de seconde. Ik vertel u nu een bemoedigend voorbeeld, zo heeft God met ons basisoefeningen gedaan. Toen ik net pas begonnen was dat te oefenen, was ik zo’n beetje voor het Spartanendom gepredestineerd. Geloof betekent met een paar rijstkorrels in de zak leven? Nee, God zei vanaf het begin, jij zult niet enger er doorkomen, omdat je Mij gelooft, de man heeft een vol gewicht. En toen ik mij onthouden wilde, dat was toen zo’n Evangelisch werk, daar was ik mee verbonden, en heb daar gediend. En dan na het vele werk: kom mee een koffie drinken, en een ijs eten, Oh, slik...!en gelijk ben je geneigd om te zeggen: Ik ga in het gebed, terwijl je alleen maar een angsthaas bent. Wanneer je het dan overdenkt, ik wil eigenlijk een geestelijke tijd genieten met mijn God, dan bespeur je hoe de Geest zegt: Ik wil met jou een ijs eten. En dan kun je kiezen, wil je oefenen,wil je leren, wil je een verwerkelijker zijn of niet? Was het de Heer dat moet je weten. Wanneer de Heer spreekt weet je het altijd. Dus, een klein beetje toegeven. Toendertijd waren we een beetje vrolijker. Het zware kwam eigenlijk pas veel later. Vrolijke dingen zijn dat. God zei lof, we gaan ijs eten, natuurlijk ga ik mee. En dat zit men daar in de ronde, vertelt en men doet, drinkt een koffie, en eet een ijsje enz. En dan is op een gegeven moment de tijd aangebroken, begrijpt u wel? Toen heeft God het er echt op laten aankomen. Ik moest n.l. zeggen: mag ik de rekening alstublieft?. En de serveerster kwam en ik maakte de beweging tot de lege portemonnee, maar heel normaal. Toen was er iemand rechts van mij, die zei: Ik zal het betalen, dit is mijn ronde. Dat vindt men onder Christenen ook niet altijd, wel? En Tsak, ik kon de hand nog net van het vurige ding daar weghouden. Had ik mijn vingers niet verbrand. En Hij heeft betaald. Dat is toch fantastisch, niet waar? Secondewerk, maar dat zijn de lessen, die God ons geleerd heeft, voordat we de diepere dingen konden leren, zo moesten we tot op de seconde leren. Och, en er zijn duizenden voorbeelden, hoe men leert in de werkelijkheid te zijn, te rusten in de werkelijkheid. Wanneer Hij zegt: Ik verzorg u, Ik ben een trouw God, leef dan in deze werkelijkheid, verwerkelijk het, maak u één, stem overeen met dat wat God zegt. En door deze stelling van de overeenstemming is het zoals een pijpleiding, zoals een kanaal, dat geopend is, waardoor dan het Goddelijke leven stroomt. Dat wonderbare, scheppende leven begint te werken en in dat moment is in elk afzonderlijk geval alles klaar en geregeld. Er is bij God geen onderscheid waar geholpen moet worden, waar veel of waar geen kracht is.

Dit is het eerste gedeelte van een leerreeks van Ivo Sasek over de Rust Rondom. Het is een vertaling van een cassette van een organische conferentie die op 26-12-1998 plaatsvond in Walzenhausen (CH)